Commercie en de Wet Dieren; de niet-commerciële en daardoor gunstige uitzonderingspositie van dierosteopathie
Ik loop al een tijdje mee in de wereld van de gezondheidszorg, op dit moment ruim 27 jaar. En in die tijd heb ik een hoop trends en ontwikkelingen gezien. Eentje is die van de ‘Marktwerking in de zorg’ die onder andere bedoeld was om zorg betaalbaarder te maken. Dat was in 2006 toen de nieuwe Zorgverzekeringswet in werking trad. Deze verving het stelsel van ziekenfonds en particuliere verzekering door één verplicht basispakket bij zorgverzekeraars die onderling konden concurreren. Het idee was dat concurrentie leidt tot meer efficiëntie en lagere kosten voor verzekerden en de zorgverzekeraars.
Resultaat ‘Marktwerking in de zorg’
Het resultaat is dat de beoogde kostenbeheersing niet is gerealiseerd, premies zijn fors omhoog gegaan, zorg is voor de gemiddelde burger kostbaar geworden en administratieve lasten zijn torenhoog. Dat laatste heb ik ruimschoots ervaren toen ik nog dacht dat het een goed idee was om een PLUS-praktijk te zijn met mijn destijds fysiotherapiepraktijk. Daar kwam me toch een berg administratie bij kijken, dat de uren die je daar onbetaald aan kwijt was eigenlijk niet opwogen tegen de meerprijs die je kreeg per behandeling. Je kan tenslotte niet je eigen tarieven bepalen als gecontracteerd fysiotherapeut.
Deze zelfde ontwikkelingen zie ik nu ook met lede ogen aan in de wereld van de dierenzorg. Hieronder zal ik mijn persoonlijke observatie uiteenzetten.
Fundament Wet Dieren
Het fundament van de Wet Dieren is het welzijn van het dier. Niet de economische waarde of belangen van zorgaanbieders maar het dier zelf.
Artikel 1 van de Wet Dieren legt de basis voor een dierwaardige behandeling door te eisen dat onnodig lijden, pijn en schade wordt vermeden en stelt duidelijke normen voor de zorg die dieren verdienen. In artikel 1.3 wordt de intrinsieke waarde van dieren zelfs zeer duidelijk beschreven. Het dier is geen product, maar een intrinsiek waardevol levend wezen.
Alle beleidskeuzes, interpretaties en uitvoeringsrichtlijnen moeten met deze gedachte gelezen worden.
De Wet Dieren is niet ontworpen als instrument voor afscherming van de veterinaire titel en haar inkomsten, niet als marktordening of om commercieel belang vast te leggen. Maar als maatschappelijk contract dat het dier, als kwetsbaar en afhankelijk wezen, bescherming moet bieden tegen menselijk handelen. De Wet Dieren is een ethisch-juridische beschermingswet.
Simpelweg, intrinsieke waarde betekent dat dierenbelang boven economisch belang staat. Dat zorgplicht betekent dat je als mens een actieve zorgverantwoordelijkheid hebt. En dat het preventiebeginsel moet voorkomen dat een dier schade en lijden ondervindt.
Beleidsinzet diergeneeskundige zorg
Recent hebben de vier beroepsverenigingen voor dierenartsen, paraveterinairen en dierfysiotherapeuten (KNMvD, CPD, Vedias en NVFD) hun krachten gebundeld en zijn gaan samenwerken in een nieuwe federatie. Deze federatie zal per 1 juli 2026 opgericht worden.
Deze federatie is het bestuurlijke uitvoeringsinstrument van de beleidsinzet diergeneeskundige zorg. Zonder deze federatie kan het huidige beleid niet gerealiseerd worden aangezien de overheid dit niet zelf wil en mag reguleren, dat zou staatsregulering zijn. Dus, de sector regelt het zelf, maar binnen door de overheid gestelde beleidskaders… Let that sink in;-)
De federatie wordt daarmee een normerend bestuursorgaan die in hoge mate bepaalt wat ‘goede diergeneeskundige zorg’ is, hoe die geleverd wordt en hoe dit getoetst gaat worden. De poortwachter van het toekomstige zorgmodel.
De beleidsinzet introduceert drie structurele veranderingen:
- Ketenstructurering; zorg wordt georganiseerd in zorgketens, zorgpaden, protocollen en contractuele netwerken
- Standaardisering en schaalvergroting; zorg wordt toetsbaar, meetbaar en contracteerbaar
- Externe toetreding van ketenpartijen en investeerders; privat equity, ketens, franchisemodellen, shared services.
Dit zijn de voorwaarden om zorg economisch schaalbaar te maken en dus economisch verhandelbaar. De dierenzorg verschuift zo van professioneel besluitvormingsdomein naar een bedrijfsmodeldomein.
Er ontstaat ketenvorming en er komen investeerders op het toneel. Dit zien we reeds op grote schaal gebeuren met dierenartspraktijken die door grote partijen worden opgekocht.
Een studie uit Finland laat zien dat prijzen na overname door een grote partij met ongeveer 28% stegen tussen 2021 en 2024, wat hoger was dan de gemiddelde prijsstijging in de sector.
Ook zie je in de praktijkorganisatie dat paraveterinairen meer werkzaamheden gaan doen die voorbehouden zijn aan een dierenarts. Dit omdat een paraveterinair over het algemeen een goedkopere kracht is dan een dierenarts en dit kostentechnisch dus gunstiger is. Dit is momenteel nog niet omschreven in het takenpakket van een paraveterinair, maar de beleidsinzet is voornemens om een behoorlijk aantal diergeneeskundige handelingen te verschuiven naar de goedkoopst beschikbare professionele schakel, de paraveterinair.
Precies deze ontwikkeling heb ik in de humane zorg ook gezien. Waar assistenten voorheen alleen non-invasieve handelingen mochten doen, verschoof dit en kregen assistenten steeds meer bevoegdheden om injecties te geven, wondbehandeling toe te passen en kleine chirurgische handelingen.
Goedkoper personeel + hogere volumes = lagere kostprijs per handeling.
Dus zo zie je dat vanuit ketenvorming de zorg naar een product wordt hervormd, er protocoldruk en rendementsvorming komt en uiteindelijk zorginflatie (zorg wordt georganiseerd als marktproduct).
Meer regels, meer administratie, meer personeel nodig (terwijl er een structureel tekort is), hogere kosten, meer sturing, meer protocollen en nog meer administratie…
“Waar zijn we mee bezig?” denk ik dan. Geld, geld, geld in plats van zorg, zorg, zorg.
Een zorgwekkende ontwikkeling omdat in de humane zorg taakherschikking op HBO niveau plaatsvond, er een BIG-registratie en wettelijke kaders zijn en tevens een strakke afbakening van de bevoegdheid. In de dierenzorg gaat de taakherschikking straks naar MBO-4 niveau, is er geen BIG-systeem, slechts een beperkt wettelijk kader en geen strakke bevoegdheidsafbakening.
Functioneel vergelijkbare zorgverplaatsing in de dierenzorg vindt dus plaats met aanzienlijk lagere opleidingsdrempels en zwakkere wettelijke borging. Een ontwikkeling die ik niet vind stroken met de veterinaire roep om kwaliteit te leveren.
Commercie (de beleidsinzet) en de Wet Dieren zijn conflicterend. Beleid zou niet in strijd mogen zijn met het doel en de strekking van de wet. Wanneer beleid structureel mechanismen activeert die de kernwaarden van de wet ondermijnen, ontstaat een interpretatieconflict, uitvoeringsconflict en uiteindelijk een rechtsstatelijk conflict. Precies wat in de humane zorg is gebeurd en nu zo actueel is in de dierenzorg.
Dalende professionele autonomie
Door bovenstaand patroon wordt de zorg alleen maar duurder, zonder dat de cliënt (mens of dier) gezonder wordt. Waar voorheen richtlijnen ondersteunend waren, worden deze de norm en een contractvoorwaarde en moet je steeds vaker verantwoorden als je hier van af wil wijken. Dit is zo in de humane zorg gegaan en ik zie het gebeuren in de veterinaire zorg.
Zorg wordt opgedeeld in verrichtingen en trajecten, niet meer in ‘wat heeft mijn cliënt nodig?’ waardoor klinische afwegingen verschuiven naar bedrijfslogica. Je klinische vrijheid verdwijnt en je wordt als behandelaar gedwongen om toetsbare output te genereren.
En poef…weg is je professionele autonomie.
Kracht van (dier)osteopathie
En precies daar ligt tegelijk de kracht van (dier)osteopathie! In onze professionele autonomie.
Osteopaten hebben sterke beroepsverenigingen, zowel voor mensen (NVO) als voor dieren (NVDO). Vanuit deze beroepsvereniging worden duidelijke beroepskaders gesteld, bestaan er richtlijnen, die nog gewoon richtlijnen kunnen zijn en wordt dagelijks vol ingezet op het waarborgen van kwaliteit en transparantie. Goed bezig zou je denken. En ik denk ook echt dat dat zo is.
Osteopaten hebben geen contracten met zorgverzekeraars en zijn (nog) niet ten prooi gevallen aan rendementslogica. Een vrijheid die er voor zorgt dat osteopaten nog echte zorg kunnen leveren, persoonlijk, met aandacht voor mens en/of dier.
Ja, ook in mijn mooie vak zie ik de meer, ik noem het maar ‘zakelijke osteopaten’, hun kansen grijpen. Zo ontving ik vorig jaar al eens een brief of ik me aan wilde sluiten bij een grotere keten van osteopaten. Want jahaaa dan zouden ze mij wel ontzorgen, lees: afhankelijk maken. Althans, zo lees ik dat. Vergeleken met een fysiopraktijk heb ik namelijk niet zoveel zorgen als onafhankelijke osteopaat. Mijn zorg is dat mijn cliënten goed geholpen worden en dat hun hulpvraag daadwerkelijk beantwoord wordt en dat zij wijzer naar huis gaan dan dat zij binnen kwamen. En dat is echt veel leuker werken dan als fysiotherapeut in loondienst zijn van de zorgverzekeraar met alle risico’s van een zelfstandig ondernemer. Zeg maar, dat waar de Wet DBA voor bedoeld is, omdat je geen ‘schijnzelfstandigheid’ (verkapt dienstverband) mag hebben. Maar blijkbaar geldt die wet niet als gecontracteerd fysiotherapeut waarin je zeer weinig zelf kan bepalen in relatie tot de zorgverzekeraars. Ik zie het verschil niet, just saying… Het is niet zo gek dat fysiotherapeuten massaal hun werk beëindigen.
Maar nog even terug naar die professionele autonomie. Osteopathie is hierop gebouwd. Niet als vrijheid zonder kader, maar als klinische verantwoordelijkheid op basis van vakinhoudelijke deskundigheid.
Waar moderne zorgsystemen de zorg organiseren rond producten, protocollen en zorgpaden, organiseert osteopathie de zorg rond individuele functionele beoordeling, klinisch redeneren en proportioneel handelen (maatwerk). Juist dit individueel klinisch redeneren is waar je mijn inziens de mens of het dier ontmoet en ziet.
Professioneel zorgmodel
Er is een grote vraag naar osteopathie, zowel voor dieren als mensen, er is geen collega die de agenda niet vol heeft zitten denk ik. Zo niet, dan zou ik geen afspraak maken hahaha. Nee grapje, dat zegt niks.
[Ongeveer 55.000 keer per maand wordt in Google gezocht op een term die betrekking heeft op osteopathie en maarliefst 26.000 keer per maand (!) wordt op de exacte term ‘osteopaat’ gezocht.]
Osteopathie bewaart een professioneel zorgmodel binnen een zorgsysteem dat dit model structureel aan het verliezen is. Ik zie het, ik voel het en ik ben niet alleen. Heel veel mensen voelen dit en weten juist daarom de weg naar de osteopaat te vinden. We zijn niet vervangend voor een (dieren)arts, we zijn geen alternatieve zorg, we zijn een functionele zorglaag die gelukkig steeds meer ingebed is in de bestaande zorgstructuur.
Wereldwijd neemt de aandacht en steun voor integratieve gezondheidszorg toe. De WHO neemt het op in haar implementatie- en onderzoeksbeleid. In Nederland ontbreekt het helaas nog aan overheidsbeleid op dit gebied. Hoewel ik me ook afvraag of we overheidsbeleid moeten willen als het gaat om integratieve gezondheidszorg. De complete zienswijze van integratieve gezondheidszorg kan ik persoonlijk nog niet stroken met de huidige veelal stroperige denkwijze op overheidsniveau.
In Nederland zijn trouwens Erik Baars, antroposofisch arts, en Inès von Rosenstiel, pioniers op het gebied van ‘Integrative medicine’. Twee voorlopers die de moeite zijn om te volgen.
De vraag naar integratieve gezondheidszorg is groot. Mensen en hun dieren willen zich gezien en gehoord voelen. De tijd is veranderd, men neemt niet meer klakkeloos aan wat de (dieren)arts zegt omdat er meer en makkelijker informatie beschikbaar is tegenwoordig. Dat vraagt ook om adaptatie van de totale gezondheidszorg. Ik zie dat al voorzichtig gebeuren en dat stemt mij heel positief.
Verandering geeft altijd weerstand en dat is niet erg, het is een meetbare indicator dat een verandering werkelijk ergens toe doet. Het betekent dat rollen zich opnieuw definiëren, het geeft onzekerheid over posities en waarden en natuurlijk een herverdeling van invloed. Laat dat nou een lastig ding zijn die invloed, want invloed is controle. En waar de controle minder wordt…komt weerstand.
Dus ik zie weerstand persoonlijk als positieve ontwikkeling. Als er geen weerstand zou zijn, dan is de verandering puur cosmetisch en betekenisloos toch?
Laten we daarom met zijn allen in gesprek blijven en niet meedoen aan alle polarisatie die ons alleen nog maar meer verdeeld. Want juist die verdeling vind ik niet passen bij de verschuiving naar de vraag om meer integratieve gezondheidszorg.
Osteopathie past in mijn ogen perfect in integratieve gezondheidszorg. Ik durf zelfs te stellen dat het uitgangspunt van osteopathie altijd al integratief is geweest maar dat zij nu beter in de tijd past, of de tijd weer beter bij osteopathie, het vak bestaat namelijk al even;-) Ik heb altijd gezegd dat osteopathie zichzelf wel bewijst en dat is ook zo.
Ondanks alle financiële belangen die de afgelopen 20 jaar zijn ontstaan in de zorg, zie je dat de vraag van de mens om gezien en gehoord te worden primair blijft bestaan. Laten we hopen dat het in de veterinaire zorg niet 20 jaar gaat duren voor men zich beseft dat dieren ook gezien en gehoord moeten worden vanuit een integratieve visie en dat (dier)osteopathie gewoon behoort tot een functionele zelfregulerende zorglaag.